Je bent hier: home > blog

Zero Waste huishouden haalbaar?

11 Apr 2017, door Nicke Smeets Sfeerbeeld voor Zero Waste huishouden haalbaar?

Een inspirerende lezing van Bea Johnson.

Afval scheiden, recyclen, geen plastic tasjes in de supermarkt. We dragen tegenwoordig allemaal ons steentje bij aan een duurzamere toekomst. Maar hoever kun je hierin gaan? Is het mogelijk om je huishoudelijke afval écht terug te dringen tot ‘nul’? Bea Johnson – guru van de ondertussen wereldwijde ‘Zero Waste’- beweging – gaf tijdens haar inspirerende lezing een kijkje in deze wereld. Zij deelde tips en ervaringen over het (zo goed als) volledig afvalvrij leven. Sommige dingen zijn mij (nog?) een brug te ver, maar andere tips zijn eigenlijk best simpel!

Refuse, Reduce, Reuse, Recycle, Rot.

Ofwel: weigeren, verminderen, hergebruiken, recyclen en composteren. In die specifieke volgorde. Dát is de basis voor de levensstijl die Bea al sinds 2008 (!) hanteert samen met man en twee tieners. Resultaat? Eén weckpot afval PER JAAR. Nee, maar echt...indrukwekkend. Hoe doe je dat dan? Dat systeem hoeven we gelukkig niet zelf te bedenken, dat heeft Bea voor ons gedaan. Even in het kort:

  • Weigeren: wat je niet nodig hebt. Dat gaat verder dan een simpele ‘NEE/NEE’-sticker op je brievenbus. Leg maar eens aan je tante uit dat je geen cadeaus wilt die niet herbruikbaar zijn, ‘oh en laat de cadeauverpakking ook maar thuis!’.
  • Verminderen: wat je wel nodig hebt en niet kunt weigeren. Het idee: hoe minder je nodig hebt, hoe minder je ge-/verbruikt. Verkoop wat niet essentieel is voor je onderhoud en geluk, en koop tweedehands waarvan je niet zonder kunt (leve de ‘vintage’-trend!).
  • Hergebruiken: wat je consumeert en niet kan weigeren of verminderen. Vermijd producten die je eenmalig gebruikt, zoals boterhammenzakjes. Er zijn tegenwoordig veel alternatieven. Kijk bijvoorbeeld op http://www.greenjump.nl.
  • Recycle: wat je niet kan weigeren, verminderen of hergebruiken. Als je toch producten voor eenmalig gebruik aanschaft, zorg er dan voor dat ze recyclebaar (of beter nog, biologisch afbreekbaar) zijn.
  • Rotten: composteer de rest. Alle restanten – als het goed is alleen nog GFT – gaan gewoon op de composthoop. Hier zitten wel wat haken en ogen aan, omdat dit in de stad op drie hoog niet zo eenvoudig is. Er zijn wel initiatieven die het mogelijk maken, zoals een speciale balkoncompostbak.

Wil je meer informatie over deze vijf R’en? Dan is Bea’s boek ‘Zero Waste Home’ echt een aanrader. Super inspirerend, bomvol met tips. Ik had haar boek al van cover tot cover gelezen, en deze opfrislezing kwam dan ook super gelegen, omdat ik sinds het vertrek (huilen!) van de verpakkingsvrije winkel Bag ’n Buy op de Twijnstraat weer was verslapt.

Een noodzakelijke realitycheck.

MAAR waar ik tijdens de lezing toch enigszins door was verrast, was dat ‘de Johnsons’ soms wél gewoon oud papier hadden. En dat gaat natuurlijk in de oudpapier(vuilnis)bak. Bea’s motivatie hiervoor was dat ze de recycle-industrie wil aansporen, omdat hier weer hergebruikbare, duurzame producten uit voortkomen. Daar ging de illusie dat ‘zero waste’ echt ‘nul afval’ betekende. De productie van duurzame producten stimuleren is natuurlijk hartstikke belangrijk, en dat kan niet zonder recycle-materiaal. Maar toch...ik was verbaasd.

Spreek je innerlijke lefgozer aan.

Een realitycheck dus. En dat is precies waarom Bea’s vijf R’en zo goed zijn. Ze zijn realistisch. Want wil je afvalvrij leven in déze maatschappij, dan blijf je hoe dan ook onderdeel van deze maatschappij. Dat betekent niet dat je overal maar compromissen moet sluiten. Je hóéft niets nieuw (met zakjes, verpakkingen en labels) te kopen. Bijna alles is gewoon tweedehands verkrijgbaar. Overgaan op verpakkingsvrij je boodschappen doen, dat vraagt wel wat lef en doorzettingsvermogen: ‘Mogen de olijven in mijn glazen pot, in plaats van dat plastic bakje?’. Maar dit is allemaal best goed te doen.

Op iedere afvalvraag ’n antwoord.

En ja, soms ontkom je er dus niet aan dat iets tóch verpakt moet worden, zoals een tweedehands keukenartikel dat je niet in de tweedehandswinkel kan krijgen. Vraag dan of het in recyclebaar materiaal kan worden verzonden, zonder overbodige wattering. Het romantische beeld dat ik had van een ‘zero waste’- leven werd heel even aan het wankelen gebracht, maar in de stad ziet dat er gewoon anders uit dan in een hutje op de hei. Ik ben trouwens überhaupt nog niet zover dat ik al mijn afval in één weckpot kan stoppen (ik vrees dat ik het met vijftig weckpotten ook nog niet ga redden).

Nog even vijf makkelijke tips.

Bea Johnson is en blijft een ongelofelijk inspiratiebron, omdat ze op bijna ieder huishoudelijk, cosmetisch en sociaal afvalvraagstuk wel een antwoord heeft (in haar boek dus!). Hier vijf makkelijke tips van Bea (en een beetje van mij) om je afval te verminderen:

  1. Het is even wennen, maar neem in je tas altijd een extra (opvouwbaar) tasje mee. Dan hoef je nooit meer de tasjes van winkeliers aan te nemen. Weigeren is niet beledigenJ.
  2. Bestel alleen online wat je niet in de winkel kunt kopen. Heb je al eens goed bekeken HOE veel verpakkingsmateriaal je via online bestellingen in huis haalt? Een zakje, in een doosje, in van die plastic wokkels, in een grotere doos, is geen uitzondering.
  3. In de supermarkt (en zeker in de natuurwinkel) kun je groenten en fruit altijd verpakkingsvrij kopen. Wasnetjes zijn hier ideaal voor! Gewoon losse uien en piepers hierin doen. De kassière kijkt er misschien even van op, maar wellicht zet het haar nog aan het denken;).
  4. Dit geldt ook voor brood. In veel supermarkten, en sowieso bij de bakker, kan je broden los kopen. Neem een oud kussensloop mee en vraag of ze het hierin willen verpakken. En kussenslopen kunnen gewoon in de vriezer!
  5. Heb je een feestje? Investeer in wat extra glazen en gebaksbordjes, zodat je nooit meer (minder smakelijk, niet lekker drinkend) wegwerpservies hoeft te kopen.

Met deze tips kun je direct beginnen, en hopelijk hebben we jullie geïnspireerd om je huishouden eens goed onder de duurzaamheidsloep te houden!